In Gesprek Met Een voormalig gokverslaafde (3)

Deel 3 (slot): Ervaringen met verslavingszorg

In de interviewserie “Een Verantwoord Gesprek Met…” praten Yvon Jansma en Rolf Slotboom van het Centrum voor Verantwoord Spelen met kopstukken uit het kansspelbeleid en de zorg.

In een driedelig gesprek laten we een voormalig gokverslaafde aan het woord over zijn ervaringen, problemen en aanbevelingen betreffende gokverslaving. Op zijn verzoek doen wij dit anoniem.

Het eerste deel betrof zijn persoonlijke ervaringen: wat waren de achtergronden van zijn problemen, hoe reageerden familie en vrienden, en wat was nu eigenlijk de aantrekkingskracht van het gokken? Het tweede deel bestond uit vier korte vragen over politieke zaken, en het legaliseringsproces geduid vanuit zijn perspectief als voormalig gokverslaafde. In dit derde en laatste deel bespreken we zijn ervaringen met verslavingszorg, om uiteindelijk te komen tot aanbevelingen voor een effectiever behandeltraject.

Hoe zijn uw ervaringen met verslavingszorg geweest? Wat was naar uw oordeel goed, en wat juist niet?

Ik heb heel veel jaren rondgelopen bij de verslavingszorg, o.a. bij het Jellinek, de Brijder stichting, het RIAGG en het Centrum 40-45, en ik heb diverse therapieën gevolgd. Vaak was de behandeling wat betreft de gokverslaving niet effectief, mogelijk omdat ik er niet klaar voor was, of simpelweg omdat ik na en tijdens de behandeling steeds weer terugviel. Pas toen ik, feitelijk bij toeval, de achterliggende redenen voor mijn gokgedrag ging beseffen, was ik in staat mijn verslaving veel beter te beheersen.

Dat is het grote nadeel van de huidige therapieën: ze zijn simpelweg niet toereikend voor gokverslavingen. Er is veel minder onderzoek gedaan naar gokverslaving dan naar de andere verslavingen zoals alcohol en drugs. De verhouding is ongeveer 1:100. Wat ik weet is dat na behandeling 15 % van de gokkers niet meer terugvalt of gokt. Na 6 jaar is dit percentage gezakt naar bijna 0%; dat wil dus zeggen geen positief resultaat te meten na die periode. Met andere woorden: alle gokkers vallen terug. Ik ken geen gokkers die niet zijn teruggevallen. Alle goede intenties ten spijt van hen die plechtig beloven te zullen denken aan hun gezin of aan hun zaak, niet veel later zag ik ze allemaal gewoon weer terug aan de goktafels met dezelfde blik, dezelfde excuses, en dezelfde Pavlov-reacties.

Eigenlijk wel triest, dat die mensen na alle moeite en kosten toch weer in het oude stramien terugvallen. Ik pleit dan ook naar meer onderzoek en betere therapiemogelijkheden. Het zou zo moeten zijn dat de huidige therapieën, net als met medicijnen, steeds weer onderzocht en verbeterd worden. Nu vertrouwen de huidige klinieken teveel op oude technieken en methodes, waarbij voor gokverslaving nog steeds de behandelmethoden van alcohol en drugs verslavingen leidend zijn. Naar mijn mening een grote fout.

Wat niet goed is aan de verslavingszorg: zij is er vaak niet als spelers hen het meeste nodig hebben. Bijvoorbeeld aan het einde van de goksessies of direct na sluitingstijd van het casino of de gokautomatenhal, of als ze geen geld meer hebben voor de taxi om thuis te komen. Dat zijn vaak de momenten dat spelers aan kwaliteitshulp behoefte hebben.

“Pas toen ik, feitelijk bij toeval, de achterliggende redenen voor mijn gokgedrag ging beseffen, was ik in staat mijn verslaving veel beter te beheersen.”

“Dat is het grote nadeel van de huidige therapieën: ze zijn simpelweg niet toereikend voor gokverslavingen.”

Ervaring bij verslavingszorgcentra leren dat er nogal wat schaamte is bij gokverslaafden om hun probleem toe te geven. Jij spreekt je hier echter zeer open over uit, niet alleen in dit interview met ons maar ook bij publieke bijeenkomsten of lezingen. Waarom eigenlijk?

Gokverslaving is net als alle andere verslavingen een ziekte en komt voor in alle lagen van onze maatschappij. Bij elke bevolkingsgroep, op elke leeftijd, man of vrouw, elk ras en opleidings- of werkniveau. In de loop van de tijd heb ik in de gokwereld kennis gemaakt met ambtenaren, directeuren, acteurs, de gewone mens van de straat, eigenaren van kleine en grote zaken en mensen die de wet niet zo nauw nemen. Een ieder had in meer of mindere mate last van zijn/haar gokverslaving. Van die verhalen zou je een boek kunnen schrijven, en misschien ga ik dat ook wel doen.

Door over mijn ervaringen met het gokken open en bloot te praten, hoop ik te bereiken dat er een discussie ontstaat die de maatschappij haar ogen opent. Dat zij erkent dat het een breed maatschappelijk probleem is, en dat we er wat aan moeten doen. Zeker in deze tijd waar het internet en zijn gokmogelijkheden bijdragen aan het vergroten van het probleem en van de groep gokverslaafden.

Als een gokverslaafde weet dat zijn verslaving binnen een ‘veilig pakketje’ zit waarop hij niet al bij voorbaat door de samenleving negatief wordt aangekeken of beoordeeld, dan zal behandeling ook voor de speler zelf een meerwaarde hebben. Want daar moet je het bij zoeken: meerwaarde voor de speler.

Nu is er nog grote angst om hulp te zoeken of hulp toe te laten, vanwege het negatieve stigma dat om gokverslaving hangt. Als mensen inzien dat gokken bij het leven hoort, en de bijbehorende problemen dus ook, dan zal de toeleiding richting zorg positief kunnen worden beïnvloed. En zal het resultaat van de behandeling in positieve zin verbeteren.

Maar ook voor mij is dit stigma nog steeds zodanig, dat ik gewoonlijk wél in kleine kring open en bloot wil spreken over mijn geschiedenis, maar online toch liever niet met naam en toenaam bekend wil staan als de gokverslaafde. Kortom: er is op dit gebied maatschappelijk gezien nog een wereld te winnen.

“Als een gokverslaafde weet dat zijn verslaving binnen een ‘veilig pakketje’ zit waarop hij niet al bij voorbaat door de samenleving negatief wordt aangekeken of beoordeeld, dan zal behandeling ook voor de speler zelf een meerwaarde hebben. Want daar moet je het bij zoeken: meerwaarde voor de speler.”

Uit cijfers van verslavingszorg blijkt dat er slechts zeer weinig (al dan niet potentiële) gokverslaafden de weg naar verslavingszorginstellingen weten te vinden. Hoe komt dat: is het gokverslavingsprobleem misschien niet zo heel groot, of zijn die verslaafden er wel maar schort het aan toeleiding richting zorg? (En in geval van dat laatste: hoe kan dit worden verbeterd?)

Als je denkt dat de gokverslavingsproblematiek niet zo heel groot is zou ik zeggen, stap op een zaterdagavond het casino in Amsterdam naar binnen, tel de mensen en kijk naar hun gokgedrag. En oordeel zelf. Het zelfde geldt voor de gokautomatenhallen en andere gelegenheden waar ze om geld gokken. Daarnaast is het bekend dat om en nabij de 100.000 mensen gokproblemen hebben al dan niet via internet. Opvallend veel vrouwen en jongeren zitten hierbij, en het is groeiende ‘markt’.

Het grote probleem is: ontkenning. Spelers met een gokprobleem op het internet, gokautomaten en in de casino’s willen niet het label ‘gokverslaafd’ dragen. In de ontkenning en het niet laten zien zijn de spelers heel inventief. Dat zie ik in ieder geval als een probleem bij toekomstige online wetgeving: als een speler wordt gediagnosticeerd als gokverslaafd en niet meer op gereguleerde sites zou mogen spelen, dan vindt hij altijd wel een uitweg – dan gaat hij bijvoorbeeld wel spelen onder de naam van een ander. Of hij gaat gokken op een illegale site, buiten het zicht van de zorg.

Het schort aan toeleiding naar de zorg door onbekendheid van de zorgaanbieders en van de resultaten van de therapieën. Dit zou je dus kunnen verbeteren door de maatschappelijke discussie aan te zwengelen en het publiek meer bekend te maken met het fenomeen gokverslaving. Als je vooraf gesprekken met spelers kunt voeren dan is dat veel beter dan gesprekken waarbij gokkers voelen dat ze ter verantwoording worden geroepen over hun speelgedrag. Want in het laatste geval schieten ze automatisch in de reflex van ontkenning.

“Als je vooraf gesprekken met spelers kunt voeren dan is dat veel beter dan gesprekken waarbij gokkers voelen dat ze ter verantwoording worden geroepen over hun speelgedrag. Want in het laatste geval schieten ze automatisch in de reflex van ontkenning.”

Vanuit persoonlijke ervaringen van spelers horen wij nog wel eens wat jij niet noemde: dat zij niet graag het label ‘gokverslaafd’ krijgen. Plus, dat zij het vervelend vinden als ze behandeld worden bij instellingen waar voornamelijk drugs- en alcoholverslaafden zijn, en dat zij het bovendien jammer vinden dat behandelaars soms weinig kennis hebben van kans- danwel gokspelen. Hoe heeft u dit ervaren?

Dit moet ik op alle drie punten volmondig beamen. Het eerste punt beïnvloedt negatief de effectieve toeleiding richting verslavingszorg, en de laatste twee punten beïnvloeden negatief de effectiviteit van de behandeling.

Ik vond het frustrerend dat ik met alcohol- en drugsverslaafden dezelfde therapie moest volgen. Ik heb niks met deze groep. Dat de behandelaars weinig weten van gokken in de meest brede zin van het woord vind ik een erg negatief gegeven. Zij kunnen dan nooit vermoeden wat er in iemand omgaat, wat zijn iemands werkelijke problemen en motieven? En niet te vergeten hoe kun je zo iemand het beste helpen? Moet maatschappelijk werk ingeschakeld worden, is relatietherapie nodig, is budgetbeheer noodzakelijk?

Kunt u nog iets meer zeggen over de kwaliteit van de huidige verslavingszorg in Nederland? Wat is goed, en wat kan beter? En is naar uw mening de kwaliteit van de zorg ten opzichte van vroeger verbeterd of verslechterd?

Nogmaals de behandelaars weten er niet veel van, uitzonderingen daargelaten. Jellinek heeft dan wel iemand in dienst die contacten heeft bij Holland Casino, waar wat is daarvan het voordeel voor de gokverslaafde? Behandelaren hebben veel te weinig specifieke kennis van gokken, weten niet wat het mooie en gevaarlijke is van de afzonderlijke spelen, en vertellen niet dat die gokautomaat met al zijn lichtjes en belletjes er louter is om jouw geld af te pakken. Nu wordt slechts de oppervlakte aangeraakt, en worden enkele psycho-analytische oplossingen aangedragen waar de gokker op de lange duur niet veel mee kan.

Op onderzoek naar informatie over gokverslaving ben ik regelmatig zelf naar de bibliotheek gegaan voor zelfhulp. Wat ik er vond: zo’n 200 boeken over alcohol en drugs, en welgeteld 2 over gokverslaving – en beide dan ook nog eens heel dun. Eenzelfde verhouding tref je ook aan bij de verslavingscentra, waar de focus voor het overgrote deel ligt op alcohol en drugs – en waar het bij de behandeling van gokverslaving aan voldoende kennis of ervaring ontbreekt.

De kwaliteit van zorgverlening op het gebied van gokverslaving is in hoeverre ik het kan beoordelen ongeveer hetzelfde gebleven. Wat ik wel heb meegemaakt de laatste keer dat ik hiervoor therapie volgde bij de Jellinek kliniek, was dat ik in een groep met uitsluitend gokverslaafden terecht kwam. Dat was voor mij wel een vooruitgang. Maar dat de therapie slechts acht middagen duurde, gaf mij meer het idee van een cursus. De therapie was ook niet voldoende wat betreft inhoud, nazorg en behandeling.

“Behandelaren hebben veel te weinig specifieke kennis van gokken.”

Op welke wijze zou uw ervaring gebruikt kunnen worden om kwetsbare groepen (bijvoorbeeld jongeren) te vertellen over het risico dat gokken met zich mee kan brengen?

Ik zou hen zeggen: als je de behoefte hebt om te gokken, geef er niet aan toe. Maar als je toch gaat gokken, zie het dan als een pleziertje, als een achtbaan, en geef van te voren aan wat zo’n avondje je waard is. Inclusief financiële limieten én tijdslimieten, dus.

Ik zou hen bovendien uitleggen hoe de verslaving en de problemen bij mij langzaam werden opgebouwd, en hoe ik stapje voor stapje steeds meer in de problemen kwam. En ik zou hen bovenal de vraag stellen: waarom wíl je eigenlijk gokken? Overzie eerst je gezinssituatie, je eigen sociale leven voordat je een eventuele stap maakt richting gokken.

De jongeren zouden mijn ervaringen kunnen gebruiken om niet dezelfde fouten hoeven te maken, om eerder aan de bel te kunnen trekken en om hulp te zoeken.

Uitgaand van een ideaalplaatje wat betreft zorg rondom gokverslaving, wat zou daarin volgens u de rol van het Centrum voor Verantwoord Spelen dienen te zijn?

In alle eerlijkheid weet ik nog te weinig van jullie organisatie af voor een goede aanbeveling. Op de website heb ik gelezen dat jullie focus is op preventie en vroegsignalering, maar volgens mij is dit heel lastig om goed te regelen – omdat je de geschiedenis van een speler zou moeten weten. Weliswaar zouden hiervoor online in theorie veel mogelijkheden moeten zijn, maar ik ben nogal sceptisch.

Daarnaast is het voor jullie organisatie van groot belang om volledig onafhankelijk te blijven, blijf boven alles integer en transparant. En het verdient de voorkeur om gebruik te maken van ervaringsdeskundigheid van voormalig gokverslaafden, omdat zij niet alleen vertrouwen kunnen wekken bij gokverslaafden, maar bovendien al hun smoesjes kunnen doorzien.

“Het verdient de voorkeur om gebruik te maken van ervaringsdeskundigheid van voormalig gokverslaafden, omdat zij niet alleen vertrouwen kunnen wekken bij gokverslaafden, maar bovendien al hun smoesjes kunnen doorzien.”

Recent Posts